Break up: wat zijn mijn rechten wat 'ons' huis betreft? (België)

Joyce komt langs bij Miss Sarah met het volgende verhaal...

Joyce en Lander

Joyce en Lander hebben een relatie van ruim 10 jaar. Joyce kreeg eerder een bouwgrond geschonken van haar ouders en beiden besluiten enkele jaren later op deze bouwgrond een huis te bouwen. Aangezien Lander en Joyce's vader nogal handig zijn, wordt het merendeel van de werken door hen uitgevoerd. Joyce en Lander sluiten wel samen een hypothecaire lening af bij de bank voor zo'n € 100.000, om alle bouwmaterialen aan te schaffen en ter uitbesteding van enkele werken. Beide partners zetten van dit alles niets op papier.

5 jaar later

Na een 5-tal jaren in de woning te hebben samengewoond (het gaat hier om een feitelijke samenwoning, dus geen huwelijk of wettelijke samenwoning), besluiten Joyce en Lander uit elkaar te gaan. Lander meent dat hij aanspraak kan maken op de helft van de waarde van de woning, alsook de meerwaarde die de woning intussen heeft bekomen en dagvaardt Joyce voor de Familierechtbank, waarbij hij vraagt dat een notaris zou worden aangesteld om deze 'onverdeeldheid' (Lander houdt voor dat beide partners eigenaar zijn, ieder voor de helft, op basis van de door hem uitgevoerde werken en het gedeelte dat hij over de jaren aan de hypothecaire lening heeft mee betaald) te doen beëindigen. Joyce meent dat hiervan geen sprake kan zijn en stelt dat, aangezien de bouwgrond haar eigendom is, ook de erop gebouwde woning haar eigendom is volgens het principe van de zogenaamde 'natrekking', wat een vermoeden oplevert, in die zin dat de eigenaar van de grond ook vermoed wordt eigenaar te zijn van hetgeen erop gebouwd is en hiervoor ook de kosten te hebben gedragen. Lander stelt verder dat, indien de rechtbank van oordeel zou zijn dat hij niet voor de helft mede-eigenaar van de woning op en met grond zou zijn, hij minstens recht heeft op een vergoeding voor de werken die hij heeft uitgevoerd in de bouw van de woning, alsook de aflossingen van de hypothecaire lening die hij betaald heeft. Joyce's argument is dat ook hiervan geen sprake kan zijn, nu de effectieve afbetalingen door Lander slechts een kleine € 300 per maand bedroegen, terwijl in totaal voor ongeveer € 700 per maand werd afbetaald aan de hypothecaire lening, waarbij Joyce dus het grootste deel afbetaalde. Verder is zij van mening dat tussen feitelijk samenwonenden het zogenaamde 'solidariteitsprincipe' speelt en dat beide partners tijdens de samenleving dienen bij te dragen in de kosten van de huishouding en samenwoonst in verhouding tot hun mogelijkheden. Zij stelt hierbij dat er, wat Lander betreft, sprake is van een 'natuurlijke verbintenis' die hij gedurende de jaren van samenwoonst en afbetaling van de lening vrijwillig heeft uitgevoerd en dat hier na het beëindigen van de relatie niet meer op teruggekomen kan worden. De bijdrage die Lander heeft geleverd is volgens haar geen overschrijding van de normale lasten van de samenleving. Verder wijst zij erop dat het door Lander afbetaalde bedrag slechts een fractie van de huurwaarde van de woning uitmaakt (de huurwaarde van de woning wordt geschat op € 850 per maand) en dat, indien Lander al aanspraak zou maken op een vergoeding, minstens de huurwaarde van de woning in mindering gebracht moet worden. Kortom, ook in deze hypothese zou Lander bot vangen.

Uitspraak rechtbank

De rechtbank in eerste aanleg volgde het standpunt van Joyce en besloot dat Lander niet alleen geen mede-eigenaar is van de woning, maar evenmin recht heeft op een vergoeding, nu hij heeft bijgedragen in de lasten van het samenleven en dat het bedrag dat hij heeft afbetaald, geen onevenredige overschrijding is van zijn bijdrage in de lasten van het samenleven. Lander tekende hoger beroep aan tegen deze beslissing en Miss Sarah heeft de zaak intussen gepleit voor het Hof van Beroep.

Het Hof van Beroep besliste als volgt

Ten eerste stelde het Hof dat partners die feitelijk samenwonen (en dus niet van de 'voordelen' genieten van gehuwde partners of partners die wettelijk samenwonen) hun zaken grondig moeten regelen en dat, wanneer de ene partner investeert in de woning van de ander, niets belet dat er tussen die partners iets op papier geregeld wordt. Het Hof stelt dat Lander het vermoeden dat Joyce, nu zij eigenaar is van de grond, ook eigenaar is van de woning die erop gebouwd werd, niet weerlegt en dat hij dus niet als eigenaar kan beschouwd worden, ook al heeft hij mee aan de lening afbetaald. Eventueel zou hij voor deze afbetalingen wel een vergoeding kunnen eisen. Hiervan kan volgens het Hof echter evenmin sprake zijn: Lander heeft uit vrije wil mee de leningen afbetaald en heeft bovendien ook gedurende 5 jaar in de woning geleefd (het is dus niet zo dat hij voor zijn afbetalingen niets 'in de plaats' kreeg). Hij heeft daarenboven de morele verplichting om bij te dragen in de kosten van de huishouding die beide partijen gedurende die 5 jaar gevormd hebben, waaronder de kost van de huisvesting. Deze bijdragen zijn dan blijkbaar tijdens de relatie geleverd 'in functie van de mogelijkheden van partijen', aldus het Hof. Hierbij wordt ook opgemerkt dat hij alleszins minder heeft bijgedragen dan de normale huurwaarde van het pand. Daar waar Lander er dus van uit ging dat hij recht zou hebben op de helft van de waarde van de woning, waarvoor Joyce hem dan zou moeten uitkopen; minstens dat hij recht zou hebben op de terugbetaling van de afbetalingen van de lening die door hem werden gedaan, krijgt hij helemaal niets.

 

Deel deze pagina

Advies nodig over dit onderwerp?

Keep calm en vraag het aan Miss Legal!

Stel Miss Legal een prive vraag

Laat een commentaar achter

U moet Geregistreerd of Ingelogt zijn